Ga naar de inhoud van de pagina

Tests op bouten, schroeven en draadeinden volgens DIN EN ISO 898-1, ASTM F606-1, DIN EN ISO 3506-1

Tests op bouten, schroeven en draadeinden volgens DIN EN ISO 898-1, ASTM F606-1, DIN EN ISO 3506-1 worden gebruikt voor het bepalen van de mechanische eigenschappen zoals treksterkte, vloeirek, rek bij breuk of hardheid.

Bouten, schroeven en draadeinden zijn niet enkel belangrijk als bevestigingsmateriaal in industriële toepassingen, maar ook in alledaagse dingen. Ze worden gebruikt bij de bouw van complexe machines en uitrusting, maar ook in voertuigen en gebouwen. Aangezien mechanische spanningen geconcentreerd worden op dit soort verbindingen, is de integriteit van bevestigingsmateriaal uiterst belangrijk. Daarom worden bouten, schroeven en moeren onderworpen aan strikte veiligheidseisen.

Naam Type Grootte Download

Sterkteklassen

De sterkteklasse van bouten en schroeven wordt weergegeven met behulp van twee getallen gescheiden door een punt. Het getal links van het punt is de treksterkte in MPa gedeeld door 100. Het getal rechts van het punt geeft het tienvoud van de rekgrens of de proportionele rek.

Een schroef met sterkteklasse 9.8 zou bijvoorbeeld de volgende nominale waarden hebben:

  • Nominale treksterkte: Rm = 9 × 100 MPa = 900 MPa
  • Rekgrensverhouding: Re/Rm = 8 ÷ 10 = 0.8
  • Rekgrens: Re = 0.8 × 900 MPa = 720 MPa

De sterkteklasse van een moer wordt uitgedrukt met een enkel getal, dat overeenkomt met de hoogste sterkteklasse van een schroef waarmee de moer gecombineerd kan worden. Een moer met sterkteklasse 9 mag zo gecombineerd worden met een schroef tot sterkteklasse 9.8.

Terminologie

In de verschillende testmethoden wordt een onderscheid gemaakt tussen afgewerkte, volledige schroeven en schroeven met gereduceerde belastbaarheid.

Afgewerkte schroeven zijn schroeven waarbij alle productiestappen afgerond zijn. Ze zijn dus compleet afgewerkt.

Volledige schroeven zijn afgewerkte schroeven waarbij de schachtdiameter “volledig” behouden blijft. Men spreekt ook van volschachtschroeven. Deze betekenis sluit dunne schroeven, strekschroeven en banjoschroeven uit.

Schroeven met gereduceerde belastbaarheid zijn, meestal door de geometrie van de kop, niet volledig belastbaar in vergelijking met dezelfde sterkteklasse en een typische geometrie. Dergelijke schroeven worden gekenmerkt met een nul vooraan.

Trektest op schroeven, bouten en draadeinden

Bouten zijn onderdelen die met zorg worden uitgekozen in functie van hun industriële toepassing en zeer precies in de constructie gepast worden. Daarom is het voor de veiligheid van een schroefverbinding absoluut nodig de elastische trekmodulus en de grenzen van de elastische belasting in een trektest te bepalen. Hieruit worden de grenskrachten van een veilige boutverbinding afgeleid.

Alle varianten van de trektest (hoofdstukken 9.1-5 en 9.7) moeten uitgevoerd worden volgens ISO 6892-1, waarbij de snelheid niet hoger mag zijn dan 25 mm/min. Bij de bepaling van de strekgrens of de proportionele rek mag de snelheid niet hoger zijn dan 10 mm/min.

Voor volledige schroeven mogen de tests in hoofdstuk 9.2 en 9.3 voor de bepaling van de vloeigrens, treksterkte en rek bij breuk in één trektest gecombineerd worden.

Testkrachttest op schroefdraadproducten

De testkracht (hoofdstuk 9.6) is een trektest die uitgevoerd wordt tot de zuivere voorziene testkracht. De exacte belasting hangt af van de schroefdraad, de diameter van de schroef en de sterkteklasse. Deze worden weergegeven in een tabel in ISO 898-1.

Het aanbrengen van de testkracht mag niet sneller gebeuren dan 3 mm/min. De belasting wordt 15 seconden aangehouden. De schroef is geslaagd als er geen blijvende plastische vervorming optreedt binnen de toelaatbare meetonzekerheid van ±12.5 μm.

Wij zoeken en vinden de optimale testoplossing voor al uw vereisten.

Contacteer onze industrie-experts.

Wij kijken er naar uit u te adviseren.

 

Contacteer ons

Passende producten voor trektests op bevestigingsmaterialen

De beslissende factoren voor het dimensioneren van een testmachine zijn de afmetingen en de sterkte van het bevestigingsmateriaal.

Met behulp van geharde klemmen kunnen afgewerkte schroeven, afgedraaide schroeven en draadeinden efficiënt getest worden. Het sample wordt samen met een houder in de klemmen geplaatst. Deze zijn vrij toegankelijk vanaf de voorzijde. Het sample wordt automatisch gecentreerd in de as van de machine. Voor de trektest met wigbelasting worden montagehulpstukken onder een hoek gebruikt, met incrementen van 4°, 6° en 10°.

Voor het bepalen van de rekgrens is een rekmeter nodig. Bij tests op afgedraaide schroeven kan om het even welke rekmeter gebruikt worden - zowel een contactextensometer zoals de makroXtens als een contactloze videoXtens.

Hardheidsmeting op schroefdraadproducten

Voor het bepalen van de hardheid zijn de methoden volgens Vickers (ISO 6507-1), Brinell (ISO 6506-1) of Rockwell (ISO 6508-1) toegelaten.

Voor een hardheidsmeting volgens Vickers is een minimale belasting van HV 10 van toepassing. Een hardheidsmeting volgens Brinell wordt vooral uitgevoerd met HBW 1/30 of HBW 2.5/187,5. Voor de Rockwell hardheidsmeting wordt schaal B (HRB) gebruikt bij sterkteklassen 4.6 - 6.8 en schaal C (HRC) voor sterkteklassen 8.8 - 12.9. In geval van twijfel wordt de Vickers hardheidsmeting genomen als referentie.

De hardheid wordt gemeten op een doorsnede of op het oppervlak. In het eerste geval wordt een doorsnede gemaakt van de zone met schroefdraad. Er worden indrukkingen gemaakt ter hoogte van de as van de schroef, de zogenaamde kernhardheid. Wanneer de hardheid gemeten wordt aan het oppervlak, moet dit vlak zijn (bv. Op de kop, op het uiteinde van de schroef of de zone zonder schroefdraad) en moeten coatings verwijderd worden.

Tijdens de hertempereertest wordt de Vickers hardheid gemeten voor en na de warmtebehandeling. De reductie van de hardheid na hertempereren mag niet groter zijn dan 20 Vickers eenheden.

Bij de be- en ontkooltest wordt de Vickers hardheid gemeten met een testkracht van 2,942 N (HV 0.3) op een langwerpige snede door de as van de schroefdraad. De zone met schroefdraad wordt gemeten op drie vastgelegde punten op verschillende afstanden van het oppervlak. Een verschil tussen de gemeten waarden dat te klein of te groot is, duidt op ontkoling of bekoling.

Kopslagtaaiheid op schroefdraadproducten

Voor de kopslagtest wordt de bout of schroef onder een hoek in een voorgeboord massief blok geplaatst. De kop van de bout wordt gebogen tot een bepaalde hoek met een slagbeweging. Na de test mogen geen tekenen van scheurtjes zichtbaar zijn. Deze test wordt vooral gebruikt wanneer de trektest met wigbelasting niet kan uitgevoerd worden omdat de schroef te kort is.

De Charpy kerfslagtest wordt enkel gebruikt voor bevestigingsmaterialen wanneer dat in een productnorm of een overeenkomst vereist wordt tussen de fabrikant en de klant.

Torsietest op schroefdraadproducten

De torsietest wordt gebruikt voor de bepaling van het breukdraaimoment. De eisen en de testmethode worden beschreven in ISO 898-7 (torsiebeproeving en minimummomenten voor bouten en schroeven).

Charpy impacttest op schroefdraadproducten

Het doel van de kerfslagproef is de belastbaarheid van de schroef bij lage temperaturen te testen. Aangezien een Charpy sample met V-kerf uit het sample moet gesneden worden, moet de nominale diameter minimaal 16 mm zijn. De ISO 148 (kerfslagtest volgens Charpy) beschrijft de testmethode.

Passende producten voor hardheidsmetingen

Top