Extrusion Plastometer

De juiste Melt Flow Indexer voor elk testvolume

Melt flow tests vormen een eenvoudige methode voor het karakteriseren van een gesmolten kunststofmassa. Deze testmethode wordt vaak toegepast, vooral bij kwaliteitscontrole en ingangscontrole. De eisen aan een melt flow tester variëren naargelang de productiestap in de kunststofindustrie waarin hij gebruikt wordt.

Overzicht van de Extrusion Plastometer

  • De CFlow is bijzonder geschikt voor ingangscontrole, wanneer slechts een paar tests moeten uitgevoerd worden. 
  • De MFlow is modulair opgebouwd en onderscheidt zicht door functies als een gewichtstoren en automatische veldafhankelijke parametrering.
  • De AFlow met instelbare voorcompactering van het polymeer, automatische parametrering, snelle uitdrukking van restmateriaal met een kracht tot 80 kg en reiniging met een knopdruk, helpt u het testproces zekerder en sneller te maken.

Informatie beschikbaar voor download

Basisprincipes van Melt Flow Testing

Bepalen van de Extrusion Plastometer van thermoplasten volgens ISO 1133 en ASTM D1238

De essentiële onderdelen van een melt flow tester, de nodige nauwkeurigheden en testmethode zijn vastgelegd in nationale en internationale normen. Deze zijn ISO 1133, JIS K 7210, ASTM D1238 voor de algemene tests en ASTM D3364 voor het testen van PVC. Daarnaast worden zaken vastgelegd in specificatienormen.

Verschillen tussen de testmethodes volgens de normen:

  • Methode A: Melt mass flow rate (MFR)
  • Bij deze methode worden de extrudaten afgesneden bij vaste tijdsintervallen. Vervolgens wordt hun massa bepaald op een analytische weegschaal. Het testresultaat is het geëxtrudeerde volume materiaal per tijdseenheid. Deze wordt gewoonlijk uitgedrukt in g/10 min.
  • De nauwkeurigheid van de afsnijtijden en de gewogen massa bepalen de kwaliteit van de gemeten MFR-waarden. Het manuele afsnijden is enkel aanbevolen bij lage MFR-waarden, wanneer m.a.w. de intervallen lang zijn. Wanneer meerdere extrudaten uit één kanaalvulling gemeten moeten worden, of wanneer de MFR-waarden groter zijn dan 10 g/10 min, wordt aangeraden een automatische afsnij-eenheid te gebruiken.
  • Methode B: Melt volume flow rate (MVR)
  • Voor het meten van de MVR moet het toestel uitgerust zijn met een verplaatsingssensor voor de zuiger. Het MVR resultaat is het geëxtrudeerde volume materiaal per tijdseenheid. Dit wordt uitgedrukt in cm3/10 min en wordt berekend uit de afstand die de zuiger aflegt per tijdseenheid.
  • Een significant voordeel van deze methode is het wegvallen van het mechanisch afsnijden. Bij de synchronisatie van de weg/tijd-meetwaarden kan in deze methode een goede nauwkeurigheid bereikt worden bij korte meettijden en verplaatsingen. Daardoor is het -afhankelijk van het materiaal, nauwkeurigheidseisen en MVR-waarde- mogelijk tot 40 metingen te doen op één kanaalvulling.
  • Methode C volgens ASTM D1238: Meting met matrijs (die) van halve hoogte
  • Matrijzen met een hoogte van 8,00 mm en een boring van 2,095 mm worden het vaakst gebruikt. Voor de meting van MFR-waarden groter dan 75 g/10 min bevelen de normen een die aan met halve hoogte en halve boringsdiameter met afmetingen 4,00/1,050 mm. Dit wordt in de ASTM D1238 aangeduid als methode C.
  • Methode D volgens ASTM D1238: Multi-stage tests
  • Voor vele polyolefines is het de gewoonte de MVR waarde mee te geven voor verschillende gewichten, en bijkomend de flow rate ratio te bepalen (FRR).
  • Hiervoor zijn verschillende ladingen nodig wanneer een eenvoudige melt flow tester wordt gebruikt. Melt flow indexers uitgerust met automatische belastingswissel kunnen ook met meerdere gewichten op één vulling meten.
Meer lezen Minder tonen
testXpert III

testXpert III Testsoftware

testXpert III is het resultaat van nauwe samenwerking met gebruikers van software in materiaaltestlabs, en de ervaring van meer dan 35.000 succesvolle testXpert-installaties. testXpert III gebruikt van bij het begin een workflow die gebaseerd is op uw processen om u stap voor stap te begeleiden bij uw tests. Leer testXpert III kennen en ervaar de gebruiksvriendelijkheid.
Structure.Top